Langer werken, werkbaar en wendbaar werk zijn ongetwijfeld hot topics op de arbeidsmarkt. U weet het ondertussen ook, we leven in een maatschappij die VUCA is: volatiel, onzeker, complex en ambigu. Voorspellen hoe het er overmorgen of zelfs morgen zal uitzien is moeilijk. Het verplicht ons om ons flexibel op te stellen, continu bij te leren, opportuniteiten te grijpen,… En ondertussen ons staande te houden. Voorwaar een gigantische opdracht voor iedereen: individuen, bedrijven, overheid en maatschappij. Wie ziet er nog beginnen aan? Gelukkig zijn er stevige voortrekkers die er dapper invliegen. Maar velen zien door de bomen het bos niet meer.

Mag ik daarom pleiten voor enige relativering?
Enkel om de spreekwoordelijke berg (of zelfs bergketen) waarvoor we staan te verlagen naar flinke heuvels. Om de moed niet in de schoenen te laten zakken alvorens er stappen worden gezet. Zeker niet om afbreuk te doen aan de nood aan verandering, bezinning en vooral actie. Laten we daarover niet twijfelen. Enkele bedenkingen:

  • We moeten langer werken. De wettelijke pensioenleeftijd werd opgetrokken naar 67 jaar. Dat is twee jaar langer dan voordien. Ik kan me moeilijk voorstellen dat voor een twintiger of dertiger, en zelfs een veertiger, die twee jaar veel uitmaken. Laten we ons daar dus niet op blindstaren als op een plots onoverkomelijke inspanning.
  • Kunnen we de zaken iets vaker positief benaderen? Dikwijls openen discours met de melding: ‘we móeten langer werken’, als een hele opgave waarin niemand zin heeft. Meer nog: ‘we houden dit niet vol’ als vaststaand feit. Wie durft, voor zichzelf, nog het tegenovergestelde te beweren? Dan lijk je nu niet goed bezig, wat gemakzuchtig misschien? Druk, druk is de boodschap.
  • Werken lijkt al te vaak een hatelijke verplichting. Maar wie ooit een tijdje werkloos was, zal dit misschien beamen: werk geeft ook betekenis aan je dag, is verrijkend, goed voor de sociale contacten… Het is dus niet enkel ‘moeten’ werken, maar voor velen, gelukkig maar, ook ‘willen’ werken. Kwestie van terminologie dus.
  • Het brengt ons naadloos bij ‘goesting’, een term die vlot over de tongen rolt. We moeten doen wat we graag doen, waarin we goed zijn. Want dat vermindert de stress en verbetert de prestaties. Helemaal mee eens, maar laten we niet overdrijven en realistisch blijven: niet elke taak in onze job is leuk, niet alles doen we met evenveel plezier. Wat werk op automatische piloot brengt echter rust. En doorploeteren op iets vervelends of lastig kan ons later veel voldoening schenken. Dus, alstublieft, neem wat tijd en hoop niet op continue werkgoesting. Af en toe saai, daar is niets mis mee.
  • Laten we onszelf minder druk opleggen. Moeten we continu streven naar perfectie of heel goed? Is gewoon goed soms niet voldoende? De ideale werknemer, ouder, partner, buur of vriend, met brede interesses, sportief, aandacht voor gezond eten en een mooie auto… De lat iets lager leggen, ook buiten het werk, kan heel wat last van de schouders halen. Er is niets mis met ongestreken lakens, twee dagen hetzelfde eten en eens lekker niets doen. Het maakt de combinatie werk-privéleven makkelijker. Het heft ligt dus ook in handen van de werknemers zelf.
  • En voor bedrijven: revolutie is geen noodzaak. Doorgezette evolutie is ook prima. Dat we als maatschappij voor grote veranderingen staan, betekent niet dat je alles op losse schroeven moet zetten. Niet overal is daar de mankracht, tijd, lef, draagvlak,… voor. Klein beginnen is al veel waard. Het maakt verandering minder onzeker, complex of angstaanjagend.

Kortom: de soep wordt nooit zo heet gegeten als hij wordt opgediend. En dat hoeft ook niet. Ook niet op onze arbeidsmarkt.

Auteur: Katleen Weytjens, oprichter/journalist HRM-nieuwssite WisKeys

Mis niets met de wekelijkse nieuwsbrief: https://www.wiskeys.be/nl/registreer.html
Twitter @WisKeysBE, Facebook, LinkedIn-groep