Overspoelen de robots ons? Versnelt de automatisering in de industrie? Is de angst terecht dat de robots op korte termijn de arbeiders overbodig zullen maken? Kunnen robotisering en automatisering bijdragen tot het humaniseren van de arbeid en het vergroten van het welzijn? Moeten we innovatie stimuleren om het verlies aan tewerkstelling tegen te gaan? Welke domeinen bieden interessante innovatiemogelijkheden? Is de inclusieve robotsamenleving een utopie? Wat kunnen de ondernemingen, sociale partners, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en de overheid meer doen om het broodnodige nieuw industrieel weefsel te verwezenlijken?

Deze en andere vragen overspoelen de media. Er heerst een gevoel van schrik. Gevreesd wordt dat automatisering drastisch zal ingrijpen in de structuur van de samenleving, waardoor vooral de werkloosheid significant zal/kan toenemen.

Om een en ander in perspectief te plaatsen heeft een werkgroep van de Klasse Technische Wetenschappen (KTW) van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) in Standpunt 46 gepoogd om, vanuit een ingenieursvisie, enkele mogelijke invloeden van de robotica en de automatisering op de werkgelegenheid en de samenleving te schetsen. De soms alarmerende trends uit verschillende toonaangevende rapporten worden geduid en waar nodig gerelativeerd. We wijzen niet alleen op potentiële gevaren en negatieve effecten, maar ook op het enorme potentieel van robots en andere vormen van automatisering in ons streven naar een inclusieve maatschappij.

Doel is een breed publiek zo objectief mogelijk te informeren en voor de verschillende betrokken partijen van de ‘triple helix’ (overheid, onderzoek/onderwijs, industrie) een reeks conclusies en aanbevelingen te formuleren om aan de problematiek het hoofd te kunnen bieden en maximaal te kunnen inspelen op de opportuniteiten die zich dankzij de nieuwe technologieën voordoen.

Enkele samenvattende beschouwingen:

  • De paniek over ‘de komst van de robots’ verdient enige nuancering wat betreft de mogelijke invloed op de werkgelegenheid en de mogelijkheden en beperkingen van de nieuwe technologieën.
  • Omdat robots nog lang niet de intelligentie van de mens benaderen, zullen een hele reeks taken en banen nog lange tijd mensenwerk blijven. Kurzweils singulariteitspunt is nog heel ver verwijderd. Moravecs paradox, dat ‘taken die triviaal zijn voor de mens, moeilijk zijn voor robots, en omgekeerd’, zal nog lang geldig blijven.
  • Innovatie in elk van haar vormen dient gestimuleerd te worden, niet alleen om de productiviteit te verhogen, maar vooral om nieuwe producten en processen te ontwikkelen die de werkgelegenheid aanzwengelen en die het industriële weefsel in innovatieve technologieën verstevigen of vestigen waar het nog niet of niet meer aanwezig is.
  • Mede als gevolg van de productiviteitsverhoging door innovatie neemt de werkgelegenheid toe. Er vindt wel een baanpolarisatie plaats. De vraag naar middelbaar geschoolde werknemers neemt af, terwijl die naar hoog- en laaggeschoold personeel stijgt. Her- en bijscholingsmethodes dienen kritisch bekeken te worden. Overscholing bemoeilijkt de problematiek.
  • Om de innovatiegeest te bevorderen moet het onderwijs op alle niveaus gericht zijn op creativiteit en een geïntegreerde visie van de werkelijkheid. De STEM-initiatieven (Science, Technology, Engineering, Mathematics) zijn hiertoe een van de middelen.
  • De introductie van robots biedt ongeziene opportuniteiten in ons streven naar een meer inclusieve samenleving. Vooral de initiatieven in de medische en de zorgsector verdienen ondersteuning. Deze nieuwe toepassingen zijn de kweekvijver  van een nieuw industrieel weefsel met hoogtechnologische spin-offs en nieuwe werkgelegenheid in innovatieve sectoren. Het onderzoek in Vlaanderen staat op wereldniveau en wacht dringend op financiële steun om uit te groeien tot een innovatieve Vlaamse maakindustrie in de medische  robotica.

De integrale pdf met het volledige Standpunt 46 vindt u op: http://www.kvab.be/standpunten/naar-een-inclusieve-robotsamenleving

(Enkel beschikbaar in het Nederlands)

Auteurs: Hendrik Van Brussel (emeritus gewoon hoogleraar KU Leuven) en Joris De Schutter (gewoon hoogleraar KU Leuven)

Co-auteurs: Hugo De Man (imec), Ludo Gelders (KU Leuven), Bram Vanderborght (VUB), Joos Vandewalle (KU Leuven, KVAB), Herman Bruyninckx (KU Leuven), Hubert Van Belle, Robert Gobin (KU Leuven), Willy Van Overschée (CIMCIL), Jos Vander Sloten (KU Leuven)

Website: www.kvab.be

Twitter: https://twitter.com/_KVAB