Eerst het vizier scherpstellen: wat zijn start-ups?

Start-ups zijn meestal jonge bedrijven – niet in termen van de leeftijd van de oprichters of de bestaansjaren – wel bedrijven die tijdelijk een innovatief businessmodel hebben en schaalbaar willen groeien. ‘Een starter’ is wel een jong bedrijf dat minder dan 5 jaar actief is.

En wat zijn scale-ups?

Ik krijg geregeld de vraag wat het verschil is tussen een start-up en een scale-up. Stel, je hebt geld om een voltijds medewerker aan te werven. Een start-up steekt dat geld in een productprofiel en de scale-up in een salesprofiel. Kortom, in een start-up is de prioriteit nog altijd de ontwikkeling van een product of de marktpropositie uitwerken.

En wat is de zogenaamde ‘start-upcultuur’?

“Startup or die” is een kreet die ik veel hanteer. Daarmee bedoel ik: een onderneming die zich niet gedraagt als een start-up, zal verdwijnen. In de VS is dat nu al de norm. Ze gooien alle politics eruit, transparantie is heilig en de hiërarchische lijnen vervagen. In de toekomst zal dat ook hier gelden. Schrijf maar op: “start-upcultuur of stervensuur”.

Kan je voorbeelden geven van dat oude versus nieuwe denken bij ons?

Zo’n voorbeeld van de verandering dat hier in België nog niet helemaal is doorgedrongen, zijn de kassiersters van de Carrefour. Ze stonden – met alle respect overigens – met tranen in de ogen voor de camera, omdat hun jobs zullen verdwijnen. Niemand lijkt daar een antwoord op te hebben. Ik denk dan: iedereen zag dit toch aankomen?

Een ander voorbeeld: mensen komen op straat omdat ze niet tot het einde van hun loopbaan een zwaar beroep willen uitoefenen. Wie neemt daar de verantwoordelijkheid om tegen die mensen te zeggen dat hun job niet meer zal bestaan binnen 10 of 20 jaar?

Kan je spreken van twee verschillende werelden?

Ja. Enerzijds heb je het oude beeld van het ‘corporate denken’ en anderzijds heb je het nieuwe beeld van de ‘autonome denker’. Ik zie een heel verontrustend spagaat tussen die twee werelden.

Het principe dat de wereld bestaat uit 5 jaar studeren en dan voor de rest van je leven teren op dat diploma, is een heel merkwaardige manier om naar werk te kijken. Millennials en Generation Z kijken daar helemaal anders tegenaan.

Wat is de start-upcultuur in Vlaanderen?

Als amateurfotograaf gebruik ik graag de begrippen kikvors- en vogelperspectief om dit uit te leggen. De kikker bekijkt de wereld vanuit een veilige schuilplek en alles lijkt groter van onderuit gezien. Dat is hoe veel mensen in Vlaanderen naar start-ups kijken. Terwijl vogels snel overvliegen in alle vrijheid en alles kleiner zien vanuit de hoogte. Je kunt dus vanuit deze twee perspectieven naar het start-uplandschap in Vlaanderen kijken.

Begrijp me niet verkeerd. Er is veel verbeterd en er is een zekere maturiteit gekomen. Start-ups zijn populair en namen zoals Louis Jonckheere (Showpad n.v.d.r.) en Davy Kestens (Sparkcentral n.v.d.r.) spreken jongeren echt aan. Ook investeerders beginnen open te staan voor start-ups. Dus, ja het gaat goed vooruit.

Maar…?

Terug naar dat vogelperspectief. De arenden van deze wereld zoals Alibaba of Amazon, die vliegen over Vlaanderen en merken die start-ups zelfs niet op. Op het podium van de start-upgrootmachten staan de Verenigde Staten, China en India. Europa staat zelfs niet op het podium.

Kijken we naar Europa zelf, dan spannen Londen, Parijs en Berlijn de kroon. Amsterdam komt op de vierde plek. Geen enkele Belgische stad komt ook maar in de buurt. Spelers zoals Alibaba gaan naar Parijs, Londen of Berlijn. Ze gaan er van uit dat ze de sterkste start-ups uit België wel zullen tegenkomen in een van die metropolen.

Hoe kan Vlaanderen zich beter op de kaart zetten?

In België en ook in Vlaanderen zitten de inspanningen te veel verspreid. Er zou moeten gewerkt worden aan de uitbouw van één ecosysteem voor start-ups. Voor buitenstaanders is ons start-uplandschap moeilijk te begrijpen. We maken geen keuzes en doen een beetje vanalles: fintech, healthtech, biotech, hr-tech, enzovoort.

Een andere vaststelling, zeker in Gent, is dat de start-ups voornamelijk ‘white male middle class’ zijn. Antwerpen is al iets meer gekleurd en vrouwelijk. Brussel doet nog iets beter vermoed ik.

Ter illustratie: voor de Brexit-onderhandelingen, kwamen een 5.000-tal IT-’ers per jaar uit Frankrijk naar Londen werken!

Kunnen we iets leren van onze Noorderburen?

Nederland is er veel beter in geslaagd om hun start-uplandschap duidelijk te positioneren. Het is het land van het water en ze hebben daar heel hun ‘branding’ rond opgebouwd.

In de Amsterdamse en Rotterdamse start-upscene is iemand aanwerven die geen woord Nederlands kent, geen enkel probleem is. Als je maar de juiste competenties hebt. In de Rotterdamse startup-buurt spreken ze je in de winkels aan in het Engels. De winkels werven dus personeel aan dat de taal van de startup-scene spreekt. Dat zie je hier in Vlaanderen nog niet zo snel gebeuren.

Andere buitenlandse voorbeelden?

De meest succesvolle steden voor start-ups voeren een actief “gastvrijheidbeleid”. Waarom gaan talenten naar Berlijn? Voor de sfeer en de nostalgie. London staat voor design. Misschien is Vlaanderen de healthscene van de toekomst? We hebben op dat vlak sterke wetenschappers die ziektes helpen genezen en voorkomen. Maar dat vergt keuzes en duidelijke positionering…

De meest succesvolle start-ups gaan naar waar de markt zit. Hoe vertaalt zich dat naar de werknemers in start-ups?

Mijn kreet is: ‘Buy good brains or goodbye brains’. Als start-up moet je de beste mensen in je domein naar hier halen. Slaag je daar niet in, dan zal je moeten verhuizen.

Hier in Vlaanderen, zie je in de start-ups veel twintigers werken die soms nog geen rijbewijs hebben. Voor die start-ups is het dus belangrijk om zich in verstedelijkt gebied en dichtbij stationsomgevingen te vestigen – waar het nog betaalbaar is.

Je merkt dat studenten tegenwoordig liever een stage doen bij een startup dan bij een grote corporate onderneming.

Kan je een voorbeeld geven?

Neem als voorbeeld Louis Jonckheere van Showpad. Die spreekt in mensentaal met zijn medewerkers en met iedereen in feite – via sociale media – op een directe manier. Gesprekken over privé en werk lopen door elkaar. Als ik dan zie dat een aantal ondernemers van grote bedrijven in België nog niet eens op LinkedIn zitten, dan vind ik dat stuitend. Hoe wil je dan dat de mensen bij jou komen werken?

Als je kijkt naar onze meest succesvolle start-ups zoals Colibra, Showpad en SparkCentral, dan zie je dat die buitenlandse vestigingen hebben geopend. Nochtans zijn de technische en productprofielen in België loyaler, goedkoper en minstens zo goed als hun Amerikaanse collega’s. Ze kosten in plaats van 300.000 dollar slechts 100.000 dollar per jaar…

Je spreekt over een start-uphype?

Ja, er is een zekere oververhitting. Vandaag zie je dat een idee te snel een bedrijf wordt. Er wordt dus heel gemakkelijk geld gezocht. Dat is op zich niet zo erg. Die startup-bubbel gaat vanzelf imploderen.

Waarom zouden talenten in godsnaam willen werken voor start-ups?

“Meaning”. Ik werk waar ik het verschil mee kan maken. Ook de cultuur spreekt aan: het mag snel vooruit gaan, er gelden geen politics, geen vergaderitis en geen control en command. Dus de efficiëntie en de impact die je zelf kan realiseren ligt meestal hoger dan in corporate bedrijven.

Is er nog hoop voor de start-ups in België?

Begrijp me niet verkeerd. Mijn boodschap is positief bedoeld, maar we moeten op de stroom van de rest van de wereld mee. We zijn niet meer beter. Onze succesfactoren van vroeger zoals talenkennis en efficiënter werken, zijn nu al – en zeker mogen – geen competitief voordeel meer.

En we moeten verandering gaan omarmen. Dat betekent breinen binnenhalen, grenzen openstellen en duidelijke keuzes maken, want je kan niet in alles uitblinken. Denk aan innovaties op het vlak van biotech, muziekfestivals, foodpairing of fashion bijvoorbeeld.

Het is dus vooral een kwestie van mentaliteit?

Belgen zijn risicoschuw – en dat geldt zeker voor aankopers bij de overheid, grote bedrijven èn kmo’s. Belgen kopen spreadsheets zonder risico’s: je moet de beste, de goedkoopste en de bekendste zijn tegelijk. Nederlanders willen veel meer nieuwigheden zien en ontdekken. Nederlanders kopen net bij jou omdat je iets heel nieuws hebt. Belgen kopen net niet bij jou als je met iets heel nieuws afkomt. Mijn visie is dat we zo risico-avers zijn, dat we een groot risico nemen…