Ontslagbescherming bij vaderschapsverlof

Elke werknemer heeft bij de geboorte van zijn kind het recht om tien dagen afwezig te zijn op het werk. Hierbij is het irrelevant of hij voltijds of deeltijds is tewerkgesteld. In geval van geboorte van een tweeling of meerling worden de tien dagen slechts éénmaal toegekend.

Binnen de vier maanden

De tien dagen vaderschapsverlof mogen door de werknemer vrij gekozen worden binnen de vier maanden vanaf de dag van de bevalling. Bij wet van 13 april 2011 is het recht op vaderschapsverlof eveneens ingevoerd voor de meeouder (de persoon die niet de vader is van het kind, maar gehuwd is of wettelijk samenwoont of gedurende 3 jaar onafgebroken samenwoont met de moeder van het kind). Vandaar dat men nu ook meer spreekt van geboorteverlof in plaats van vaderschapsverlof.

Behoud van loon

Tijdens de eerste drie dagen van het vaderschapsverlof behoudt de werknemer zijn volledige loon ten laste van zijn werkgever. Tijdens de volgende zeven dagen ontvangt de werknemer geen loon, maar uitkeringen van het ziekenfonds. Dit ten bedrage van 82% van het begrensd bruto-dagloon (cfr. www.riziv.be).

Ontslagbescherming tot 3 maanden

Werknemers genieten sinds 30 juli 2011 ook van een ontslagbescherming. De werkgever mag deze werknemers gedurende een periode die ingaat de dag van de schriftelijke kennisgeving van het vaderschapsverlof tot drie maanden na die kennisgeving in principe niet ontslaan. Sommige stellen dat indien de werknemer deze 10 dagen gespreid opneemt en voor elke dag een schriftelijke aanvraag doet, er dan telkens een nieuwe beschermingstermijn van drie maanden begint te lopen. Volgens die redenering zou de werknemer zijn bescherming dus als een elastiek kunnen uitrekken.

Uitzonderingen op ontslagbescherming

De werkgever kan tijdens de beschermingsperiode enkel ontslaan indien hij bewijst dat het ontslag niets te maken heeft met de aanvraag tot ouderschapsverlof. Een dergelijke reden zou kunnen zijn dat er reeds heel wat schriftelijke ingebrekestellingen bestonden van vóór de aanvraag of opeenvolgende slechte evaluaties of een dringende reden na de aanvraag (bijvoorbeeld diefstal). Indien de werkgever uiteindelijk faalt in zijn bewijslast, zal hij bovenop de gewone verbrekingsvergoeding een forfaitaire beschermingsvergoeding moeten betalen gelijk aan drie maanden loon.

 

Neem contact op voor advies op maat

Meer inzicht in impact arbeidsrecht op werkgevers en werknemers?

Ontvang 2 keer per maand onze nieuwe artikels via e-mail.
Schrijf u hier in.

Nieuwsbrief

Uw gegevens worden vertrouwelijk behandeld en zullen nooit aan derden worden doorgegeven.