Einde arbeidsrelatie staat niet garant voor werkloosheidsuitkering

Wanneer een werknemer zijn vaste job verliest, zal hij in principe aanspraak kunnen maken op werkloosheidsuitkeringen. Dit om de financiële gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te verzachten. Het is echter belangrijk om te beseffen dat er geen absolute garantie bestaat op deze werkloosheidsuitkering. Het basisprincipe is immers dat de werkloze door omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, zonder arbeid en zonder loon moet zijn. Enkel dan kan een werkloze genieten van een uitkering.

Het belang van een wettige reden.

Als de werknemer zijn dienstbetrekking heeft verlaten zonder wettige reden, dan voorziet de werkloosheidsreglementering niet in een uitkering. Dit is bijvoorbeeld zo als de werknemer zelf ontslag heeft genomen of indien bij gemeenschappelijk akkoord tussen werkgever en werknemer de arbeidsovereenkomst werd beëindigd. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) kan de betrokkene dan uitsluiten van het genot van werkloosheidsvergoedingen voor een periode van 4 tot zelfs 52 weken!

De RVA voorziet in enkele uitzonderingen.

In uitzonderlijke gevallen zal de RVA toch werkloosheidsvergoedingen toekennen. Bijvoorbeeld als een werknemer zelf het werk heeft verlaten om een zelfstandige activiteit te gaan uitoefenen, die minstens zes maanden heeft geduurd. Of als de werknemer het werk heeft verlaten als gevolg van pesterijen en hier een formele klacht voor heeft neergelegd conform de pestwetgeving. Hoe dan ook is het duidelijk dat een werknemer best niet impulsief zijn job opgeeft, maar eerst goed nadenkt over de gevolgen.

Als de werknemer ontslagen wordt.

Ook wanneer een werknemer zijn ontslag krijgt van zijn werkgever, dan nog heeft hij niet automatisch recht op werkloosheidsvergoedingen. In de mate de werknemer fout heeft aan zijn ontslag door de werkgever kan de RVA de betrokkene schorsen van het recht op werkloosheidsvergoedingen voor een periode van 4 tot 26 weken. Bij herhaling van dergelijke foutieve gedragingen kan de schorsing zelfs oplopen van 8 tot 52 weken.

Wanneer heeft de werknemer fout aan zijn ontslag?

De hamvraag is wanneer de werknemer fout heeft aan zijn ontslag door de werkgever. Een aantal gevallen kunnen bijna nooit een fout impliceren van de werknemer. Bijvoorbeeld een ontslag in het kader van een sluiting van een afdeling of het verstrijken van de termijn van een contract van bepaalde duur. Bij een individueel ontslag mits een te presteren opzeggingstermijn of betaling van een verbrekingsvergoeding, zal de RVA de achterliggende redenen van deze beslissing zorgvuldig uitvlooien op zoek naar fouten van de werknemer. Zo zullen er tijdelijk geen werkloosheidsuitkeringen betaald worden als blijkt dat de werknemer uiteindelijk ontslagen is omwille van het feit dat hij veelvuldig onwettig afwezig was of dat er verschillende ingebrekestellingen waren door te weinig inzet of misbruik van alcoholisme.

Wat bij ontslag om dringende reden?

Als de werknemer ontslagen is om dringende reden, dan zal hij logischerwijs het recht op werkloosheidsuitkeringen verliezen. De werknemer zal dit in de ogen van de RVA enkel kunnen weerleggen door zijn werkgever daadwerkelijk te dagvaarden voor de arbeidsrechtbank om deze redenen aan te vechten en alsnog een verbrekingsvergoeding te bekomen.

 

Neem contact op voor advies op maat

Meer inzicht in impact arbeidsrecht op werkgevers en werknemers?

Ontvang 2 keer per maand onze nieuwe artikels via e-mail.
Schrijf u hier in.

Nieuwsbrief

Uw gegevens worden vertrouwelijk behandeld en zullen nooit aan derden worden doorgegeven.