Boek Arbeidsrecht – de praktijk in de rechtbank 2000-2010 (interview met Herman Van Hoogenbemt in De Standaard)

Topadvocaat schrijft boek over het 'levende' arbeidsrecht

In de politiek lukt het misschien niet meer, maar volgens Herman van Hoogenbemt wordt in de arbeidsrechtbanken nog dagelijks de schone kunst van het ‘Belgisch compromis’ gebezigd.

Tien jaar bestaat Tilleman van Hoogenbemt, genoemd naar zijn twee oprichters en gekend als een van de toonaangevende Belgische advocatenkantoren inzake arbeidsrecht en sociale wetgeving. Voor Herman van Hoogenbemt was die verjaardag een voldoende aanleiding om zijn ervaringen in een boek te gieten. ‘Niet voor de happy few’, zegt hij, ‘maar hopelijk toegankelijk voor een breed publiek dat wat meer inzicht wil krijgen in het arbeidsrecht. Niet in de arbeidswetgeving, de dode letters op papier, maar in de uitspraken door de arbeidsrechtbanken, de levende realiteit van elke dag.’

‘Eigenlijk was het gekkenwerk’, vertelt van Hoogenbemt. ‘Ik ben in de voorbije maanden door duizenden vonnissen en arresten gegaan, op zoek naar de grote trends en tegelijk naar opvallende uitzonderingen daarop. Ik heb geprobeerd een antwoord te geven op vragen die zowel hr-managers als hun werknemers bezighouden: mag een werkgever de e-mails van zijn werknemer lezen? Kan een werkneemster ontslagen worden als ze een hoofddoek draagt? Mag een arbeidscontract Engelstalige functiebenamingen bevatten? Mogen vakbonden cao’s sluiten die een loonsvermindering inhouden?

Van Hoogenbemt is niet karig met informatie. Zijn boek Arbeidsrecht, de praktijk in de rechtbank 2000-2010 is een kanjer van 700 bladzijden geworden. Gelukkig zonder al te veel jargon en met een uitgebreid zakenregister dat opzoekingen vergemakkelijkt.

Eén zaak staat volgens de topadvocaat buiten kijf: de arbeidsrechtbanken werken goed. ‘Allicht zijn ze het meest efficiënte onderdeel van het juridische apparaat. De behandeling van dossiers vergt gemiddeld een jaar, en er is geen achterstand in de verwerking van de dossiers. Dat doet niemand de arbeidsrechters na.’

Eigenaardig toch, dat systeem met een beroepsrechter die aangevuld wordt door twee bijzitters uit de economische praktijk, eentje voor de werkgevers en een tweede voor de vakbonden. ‘Die twee buitenstaanders brengen vaak een grote portie gezond verstand binnen. Compromisbereidheid ook. Dat is nodig, want een arbeidsrechtbank moet voortdurend het evenwicht zoeken tussen de belangen en rechten van de werknemer en die van zijn (ex-?)werkgever. Ja, dit een typisch Belgische constructie. Maar anders dan in de politiek of het sociaal overleg loopt het mechanisme het nog gesmeerd.’

Toch verloopt niet alles zonder slag of stoot. De arbeidsrechtbanken moeten immers aan de slag met een bijwijlen erg complexe wetgeving, waarbij de rechtspraak een einde moet maken aan dubbele of driedubbele interpretaties van dezelfde tekst.

Bijvoorbeeld om de juiste grens te trekken tussen de bescherming van de privacy van een werknemer enerzijds, en het recht op controle en toezicht door zijn werkgever anderzijds. ‘In Antwerpen werd het ontslag van een werknemer nietig verklaard door de arbeidsrechter omdat de camerabeelden waarop te zien was hoe hij in het magazijn een diefstal had gepleegd, wat de aanleiding was voor het ontslag, onrechtmatig waren genomen. Versta: de camera was geplaatst zonder alle vormvereisten te hebben nageleefd. Het personeel was weliswaar ingelicht over de installatie van de camera maar niet over de juiste locatie, en dat had gemoeten, aldus de rechtbank. Het Hof van Cassatie oordeelde nadien echter dat de inbreuk van de werknemer – de diefstal dus – zodanig zwaar woog dat de camerabeelden toch als bewijs mochten gebruikt worden. Door die uitspraak weten we nu waar we in volgende soortgelijke dossiers staan. Op basis van de wetgeving alleen wisten we dat niet.’

Soms wekt een rechtbankbeslissing grote verbazing, geeft van Hoogenbemt toe. ‘Neem nu de uitspraak van het arbeidshof in Luik over een stakerspost bij de fabriek van AB InBev in Jupille. Door die stakerspost konden werkwilligen niet aan de slag gaan en werd bovendien de bierbevoorrading aan de klanten van AB InBev stilgelegd. Volgens het arbeidshof woog die economische schade echter niet op tegen het recht van het personeel om zich te verdedigen tegen een aangekondigd collectief ontslag. De acties van de stakers werden gerechtvaardigd genoemd omdat een collectief ontslag ingaat tegen het streven naar volledige tewerkstelling en symbool staat voor het egoïsme van de aandeelhouders. (lacht) Dat soort argumentatie heb ik in Vlaanderen nog nooit te horen gekregen.’

En die werkneemster met een hoofddoek? Mag die nu ontslagen worden? ‘Jazeker’, antwoordt Herman van Hoogenbemt. ‘Tenminste wanneer het arbeidsreglement van een bedrijf uitdrukkelijk bepaald dat het personeel geen religieuze symbolen mag dragen. In zo’n situatie mag, volgens de arbeidsrechtbank van Antwerpen, een werkgever een werkneemster die haar hoofddoek weigert af te nemen, ontslaan.’

Bron: http://www.standaard.be/cnt/k13fjqmj

 

Neem contact op voor advies op maat

Meer inzicht in impact arbeidsrecht op werkgevers en werknemers?

Ontvang 2 keer per maand onze nieuwe artikels via e-mail.
Schrijf u hier in.

Nieuwsbrief

Uw gegevens worden vertrouwelijk behandeld en zullen nooit aan derden worden doorgegeven.